Frida Kahlo de Rivera was niet alleen een internationaal gerenommeerde Mexicaanse kunstenares, maar ook een van de weinige vrouwen in de kunstwereld die wereldwijd bekendheid genoot. Revolutionair, non-conformistisch, eigenzinnig, surrealistisch; ze heeft vele labels. Maar bovenal is ze uniek.

Frida Kahlo werd geboren op 6 juli 1907. Ze beweerde echter vaak dat haar verjaardag op 7 juli 1910 viel. Niet om jonger te lijken, maar om zich te verbinden aan de Mexicaanse Revolutie die op die datum begon. Ze verbond zich echt aan de (met name inheemse) Mexicaanse cultuur,  maar ze was zelf niet volledig Mexicaans. Haar vader Carl Wilhelm Kahlo kwam uit Duitsland, haar moeder Matilde Calderon was van inheemse Mexicaanse en Spaanse afkomst. Toen ze zes jaar oud was kreeg ze polio aan haar rechterbeen. Na een lang ziekbed genas ze, maar haar ene been bleef korter en dunner waardoor ze enigszins mank liep. Om dit te verbloemen droeg ze bijna altijd lange, traditionele rokken

Op 17 september 1925 werd de bus waarin ze zat aangereden door een tram. Een stalen leuning drong door haar linkerzij haar lichaam binnen en kwam er langs haar vagina weer uit. Haar ribben en heup waren gebroken, haar slechte been op elf plaatsen gebroken en haar ruggengraat op diverse plaatsen. Ook was haar voet verbrijzeld. Maandenlang moest ze in bed blijven, ingezwachteld in verband, vechtend tegen de pijn. Later kwamen door ook nog allerlei gipsen en stalen korsetten bij. Ze besloot om te gaan schilderen. Vader liet een speciale schildersezel maken die ze liggend op bed kon gebruiken en moeder liet spiegels aan haar ziekbed vastmaken zodat ze zichzelf kon schilderen. Door het ongeluk kon ze geen voldragen kinderen baren. Een zwangerschap resulteerde in een pijnlijke miskraam.

Op 21 augustus 1929 trouwde ze met de 21 jaar oudere Diego Rivera, net als zij overtuigd lid van de Mexicaanse Communistische Partij en op dat moment al een beroemd muurschilder. In 1939 volgde na een zeer turbulent huwelijksleven een scheiding. Een jaar later trouwden ze echter weer. Daarbij werd contractueel vastgelegd dat ze geen seksuele omgang met elkaar meer hoefden te hebben. Later zou ze zeggen: "Ik heb twee zware ongelukken doorstaan in mijn leven; het ene was de tram die me aanreed, het andere was Diego." Ze hadden veelvuldige buitenechtelijke affaires; Frida zowel met mannen als met vrouwen. Tot haar minnaars behoorden onder meer de naar Mexico gevluchte Russische revolutionair Leon Trotski en zangeres Josephine Baker.

Het werk van Frida Kahlo karakteriseert zich door vrolijke kleuren, die echter in contrast staan met een vervreemdende sfeer. Ze schuwde de controverse niet. In haar zelfportretten vallen vooral de doorgegroeide wenkbrauwen op. Zij schilderde vanuit haar angst en eenzaamheid om haar pijn te overmeesteren. Frida Kahlo heeft 143 schilderijen nagelaten, waarvan 55 zelfportretten. Ze werd aanvankelijk miskend of alleen gezien als de vrouw van Diego Rivera. Toch kreeg ze in 1938 een expositie in New York en een jaar later een in Parijs. Haar eerste solotentoonstelling in Mexico kreeg ze in 1953, kort voor haar overlijden. Ze was toenmalig zo ziek dat de artsen haar geboden hadden het bed te houden. Daarom liet ze zich per ambulance in een ziekenhuisbed naar de opening van de expositie brengen. Op haar sterfbed schreef ze “Ik hoop dat het vertrek vreugdevol is. En ik hoop nooit terug te keren.”